Visuele problemen bij niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Visuele problemen gaan vaak samen met niet-aangeboren hersenletsel, maar zijn voor zorgprofessionals lastig te herkennen. De klachten ontstaan doordat de hersenen de visuele informatie niet goed kunnen verwerken. De waarnemingsproblemen zijn daarom niet te verhelpen met een bril.

Jaarlijks krijgen ruim 50 duizend Nederlanders te maken met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Door de vergrijzing zal dit aantal in de toekomst nog verder toenemen. Een aandoening van de hersenen kan het gevolg zijn van een beroerte, een neurodegeneratieve aandoening (zoals de ziekte van Alzheimer, Parkinson en Multipele Sclerose) of een traumatisch hersenletsel, bijvoorbeeld door een verkeersongeval. Hersenletsel heeft ingrijpende gevolgen voor de getroffene en zijn omgeving.
De gevolgen van een aandoening in de hersenen kunnen uiteenlopen en verschillen van persoon tot persoon. Zoals gedrags- en stemmingswisselingen, coördinatie- en bewegingsstoornissen, taalstoornissen, geheugenstoornissen en stoornissen in de aandacht.

Visuele problemen in de hersenen
Mensen met NAH kunnen ook problemen hebben met de visuele waarneming omdat die delen van de hersenen die gespecialiseerd zijn in de verwerking van visuele informatie, niet meer goed functioneren. Bij een goed functionerend waarnemingsvermogen belandt de informatie die op het netvlies van onze ogen binnenkomt, via de oogzenuwen helemaal achter in ons brein. Als de ‘ruwe’ visuele informatie achter in de hersenen is aangekomen, wordt deze stap voor stap ‘bewerkt’ zodat we begrijpen en herkennen wat we zien. Beschadigingen van deze zenuwbanen of achter in de hersenen kunnen echter leiden tot visuele problemen.
Voor zowel patiënten als hun directe omgeving is het vaak moeilijk te begrijpen dat de waarnemingsproblemen niet het gevolg zijn van een probleem met de ogen. Omdat de problemen op het niveau van de hersenen ontstaan, zijn ze ook niet op te lossen met een aangepaste bril. De visuele klachten kunnen variëren van wazig zien, niet goed kunnen lezen, gezichten of voorwerpen niet goed kunnen herkennen tot volledige blindheid voor de helft van de wereld.

Veelvoorkomende visuele stoornissen
De verschillende soorten waarnemingsstoornissen die kunnen optreden, zijn afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de problemen optreden, en van de fase in de bewerking van de visuele informatie die gestoord wordt. De visuele stoornissen zijn ruwweg op te delen in twee categorieën: problemen met het zien (anopsie) en problemen met het herkennen (agnosie)

Anopsie:
Een veelvoorkomend probleem bij mensen die een beroerte hebben gehad is hemianopsie. Hemianopsie is een halfzijdige gezichtsvelduitval (hemi = helft, a = niet en opsie = zien).
Hemianopsie ontstaat doordat de informatie vanuit de ogen niet goed aankomt in de achterste hersengebieden, of door een beschadiging van de achterste hersengebieden zelf. Omdat een beschadiging meestal beperkt blijft tot een hersenhelft, wordt de helft van de wereld niet meer waargenomen. Een beschadiging in de linkerhersenhelft heeft blindheid voor het rechterdeel van de wereld tot gevolg. Een beschadiging rechts leidt tot blindheid voor links. Mensen met een hemianopsie hebben vaak veel moeite met lezen. Ze kunnen het begin van de regel niet goed vinden of hebben moeite met het lezen van lange woorden. Vaak schrikken mensen met een hemianopsie, doordat er ‘vanuit het niets’ dingen of mensen voor hen opduiken. Een hemianopsie komt niet of nauwelijks voor bij mensen met neuro-degeneratieve aandoeningen.
Vooral kort na een beroerte kunnen mensen ook last hebben van palinopsie. Het is dan net alsof sommige voorwerpen als een echo in het visuele systeem blijven hangen. Mensen met een palinsopsie zien het koffiekopje dat voor hen op de tafels staat ook in de vensterbank staan. Of, als ze hun blik op een kastje richten, op het kastje. Pas na enkele seconden verdwijnt deze visuele echo en weten mensen weer wat er echt is en wat niet.
Andere, meer zeldzame, soorten anopsie zijn achromatopsie en akinetopsie. Mensen met achromatopsie zien de wereld alleen nog maar in grijstinten en mensen met een akinetopsie kunnen bewegingen niet meer vloeiend waarnemen. Alles wordt dan met schokken, als in een oude film, waargenomen.

Agnosie:
Mensen met een visuele agnosie (a = niet, gnosie = kennen) hebben problemen met het interpreteren en herkennen van wat ze zien. Er bestaan verschillende soorten agnosieën. Iemand met prosopagnosie kan voorheen bekende mensen, zoals familie en vrienden, ineens niet meer aan hun gezicht herkennen. Mensen met prosopagnosie zijn daarom afhankelijk van herkenning via de stem of de lichaamshouding van een ander. Er zijn ook agnosieën waarbij mensen voorwerpen en vormen niet meer goed kunnen herkennen. Zo kan het gebeuren dat iemand wel iets wits voor zich op tafel ziet staan, maar geen idee heeft of het een kopje, een schoteltje of iets geheel anders is. Er bestaan ook agnosieën die betrekking hebben op oriëntatie in de ruimte om ons heen. Mensen met een simultaanagnosie kunnen wel zien dat ergens een kopje staat, maar weten niet goed waar het staat, zodat ze misgrijpen of het kopje omstoten wanneer ze het willen pakken.

Behandeling en herstel
Mensen met hemianopsie of een agnosie kunnen in principe een zelfstandig leven in hun eigen omgeving leiden. De mate van zelfstandigheid hangt wel af van de aard en de omvang van het hersenletsel, de ernst van de visuele stoornissen en van de stoornissen in onder meer de aandacht, het geheugen en de taal. Een beschadiging van hersenweefsel is vrijwel altijd blijvend. Soms worden hersenfuncties in geringe mate door andere delen van de hersenen overgenomen, maar dat gebeurt lang niet altijd. Om mensen toch weer op een goed niveau te laten functioneren en te laten participeren in activiteiten die voor hen belangrijk zijn, is het mogelijk om hen strategieën aan te leren. Door middel van deze strategieën zij compenseren voor hun visuele problemen. Zo kan iemand die halfzijdig blind is, voorkomen dat hij of zij steeds tegen voorwerpen of andere mensen opbotst door systematisch grote oogbewegingen te maken. Visio en Sensis, geven dergelijke compensatietrainingen zodat cliënten weer zelfstandig kunnen lezen of boodschappen doen.
Behalve het aanleren en toepassen van compensatiestrategieën, kan ook gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen kunnen variëren van zeer eenvoudig, zoals een leeslineaal, tot complex, zoals specifieke aanpassingen van computersoftware.
Daarnaast kunnen cliënten met visuele problemen door NAH ook baat hebben bij een meer systematische en vaste indeling van de eigen woonruimte.
Iemand die moeite heeft om zich te oriënteren in de eigen woning, of die moeite heeft om bepaalde voorwerpen terug te vinden, kan al enorm geholpen door af te spreken bepaalde voorwerpen altijd op dezelfde plaats te leggen. Een andere mogelijke aanpassing is afspreken dat iedereen die de kamer van de cliënt betreedt, meteen zegt wie hij of zij is.

Herkennen van problemen
Signalen die erop kunnen wijzen dat cliënten met NAH visuele problemen hebben:
– Klachten over wazig zien
– Een bril biedt geen adequate oplossing
– (Delen van) regels of woorden overslaan met lezen, de ondertiteling van de tv niet meer kunnen volgen
– Problemen met het bewegen (knoeien, tegen meubels of mensen opbotsen, voorwerpen niet goed kunnen vastpakken of omstoten) zonder dat er een duidelijk motorisch probleem is
– Problemen met de ruimtelijke oriëntatie (voorwerpen niet kunnen vinden, verkeerde richting uitlopen)
– Cliënt schrikt als iemand een kamer binnenkomt In de praktijk is het niet altijd eenvoudig voor zorgprofessionals om vast te stellen of iemand met NAH ook visuele problemen heeft. De waarnemingsproblemen zouden namelijk ook veroorzaakt kunnen worden door een van de andere oogafwijkingen die kenmerkend zijn voor ouderen.
Om visuele problemen vast te stellen en te behandelen, is doorgaans advies en begeleiding op maat nodig. Gespecialiseerde neuropsychologen of oogartsen kunnen vaak goed vaststellen of de visuele problemen worden veroorzaakt door de ogen of door de hersenen. Bovendien hebben ze vaak expertise op het gebied van training en hulpmiddelen, waardoor ze verzorgenden kunnen adviseren over de juiste behandeling.

Tips voor verzorgenden
– Verwijs een cliënt door naar een gespecialiseerde instelling die kan adviseren over strategieën en hulpmiddelen bij visuele problemen
– Structureer de omgeving van een cliënt en leg dingen op een vaste plaats
– Zorg voor voldoende en goede verlichting.
– Creëer opvallende contrasten in een ruimte.
– Maak bij binnenkomst duidelijk wie je bent en wat je komt doen.
– Vergroot symbolen en letters.
– Geef tips voor de dagelijkse omgang ook aan familieleden door.
– Markeer plekken met papier of plakband zodat iemand met visuele klachten bepaalde punten in een ruimte kan herkennen.

Met dank aan: drs. Joost Heutink, neuropsycholoog Visio en drs. Peter Verstraten, gz-psycholoog Sensis.

Tijdschrift voor Verzorgenden (TvV), februari 2007

WWW
www.visio.org
(Organisatie die ondersteuning biedt aan mensen met een visuele beperking)
www.sensis.nl
(Biedt eveneens ondersteuning aan mensen met een visuele beperking)

www.hersenletsel.nl
Nederlands Centrum Hersenletsel

De hersenen zorgen ervoor dat wij kunnen zien
De informatie die op het netvlies van onze ogen binnenkomt, belandt via de oogzenuwen helemaal achter in ons brein. Informatie uit de linkerhelft van de wereld komt in de rechterhersenhelft terecht, en alles wat we rechts van ons waarnemen, komt in de linkerhersenhelft terecht. Als de ‘ruwe’ visuele informatie achter in de hersenen is aangekomen, wordt deze stap voor stap ‘bewerkt’ zodat we begrijpen en herkennen wat we zien. Beschadiging van de oogzenuwen of van het hersengebied dat zorgt dat we kunnen zien, kan diverse visuele problemen veroorzaken. Dit varieert van problemen met het zien (anopsie) tot problemen met het herkennen (agnosie).